Fase 2: De implementatiefase
In de implementatiefase wordt gestart met de invoering van bewegingsgerichte zorg. Deze fase bestaat uit drie tot zes cycli van elk ongeveer 6 tot 8 weken.
De eerste cyclus begint met het scholen van de coaches en verpleegkundigen, en indien nodig ook andere betrokken disciplines. Aan het begin van de eerste cyclus inventariseren de coaches en teammanagers samen welke bevorderende en belemmerende factoren van invloed kunnen zijn op de implementatie van bewegingsgerichte zorg.
Op basis van deze inventarisatie worden implementatiestrategieën opgesteld. Na elke cyclus vindt een evaluatie plaats van de afgelopen periode, waarna het implementatieplan wordt aangepast aan de hand van de actuele bevorderende en belemmerende factoren.
De eerste cyclus begint met het scholen van de coaches en verpleegkundigen, en indien nodig ook andere betrokken disciplines. Aan het begin van de eerste cyclus inventariseren de coaches en teammanagers samen welke bevorderende en belemmerende factoren van invloed kunnen zijn op de implementatie van bewegingsgerichte zorg.
Op basis van deze inventarisatie worden implementatiestrategieën opgesteld. Na elke cyclus vindt een evaluatie plaats van de afgelopen periode, waarna het implementatieplan wordt aangepast aan de hand van de actuele bevorderende en belemmerende factoren.
De bevorderende en belemmerende factoren worden geïnventariseerd op basis van vier niveaus:
1. patiënt en verpleegkundige,
2. multidisciplinair team, familie en naasten
3. omgeving
4. beleid en cultuur (zie hiervoor ook figuur 1 uit hoofdstuk 1).
Ter ondersteuning kan de tabel in ‘Bijlage 2’ worden gebruikt, waarin ook voorbeelden staan van mogelijke factoren en bijbehorende strategieën.
Tijdens de implementatiefase onderhouden de coaches en de projectleider laagdrempelig contact. De projectleider vervult daarbij een coachende rol richting de FFC-coaches en ondersteunt hen bij de praktische uitwerking van de implementatie.
Gedurende de implementatie kan gebruik worden gemaakt van verschillende strategieën om de verpleegkundigen te training zoals: bedside teaching, casuïstiekbesprekingen en intervisie. De FFC coaches en projectleider trekken hierin samen op en gaan na wat passend is voor de afdeling en hoe dit kan worden vormgegeven.
1. patiënt en verpleegkundige,
2. multidisciplinair team, familie en naasten
3. omgeving
4. beleid en cultuur (zie hiervoor ook figuur 1 uit hoofdstuk 1).
Ter ondersteuning kan de tabel in ‘Bijlage 2’ worden gebruikt, waarin ook voorbeelden staan van mogelijke factoren en bijbehorende strategieën.
Tijdens de implementatiefase onderhouden de coaches en de projectleider laagdrempelig contact. De projectleider vervult daarbij een coachende rol richting de FFC-coaches en ondersteunt hen bij de praktische uitwerking van de implementatie.
Gedurende de implementatie kan gebruik worden gemaakt van verschillende strategieën om de verpleegkundigen te training zoals: bedside teaching, casuïstiekbesprekingen en intervisie. De FFC coaches en projectleider trekken hierin samen op en gaan na wat passend is voor de afdeling en hoe dit kan worden vormgegeven.