Doelen, concrete activiteiten en documentatie
De derde component van de interventie is het stellen van doelen in samenwerking met de patiënt. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waarom het stellen van doelen van essentieel belang is, hoe dit proces vormgegeven kan worden en welke concrete activiteiten hierbij uitgevoerd kunnen worden. Een belangrijk aspect van dit cyclische proces is het regelmatig evalueren van de voortgang, het vastleggen van bevindingen in rapportages en het zorgvuldig overdragen van informatie aan betrokken zorgverleners.
In de FFC benadering wordt de patiënt gestimuleerd om lichamelijk actiever te zijn door meer te bewegen en een actieve bijdrage te leveren in zijn eigen zorg door:
* Het overkoepelend doel na te streven (zie kader)
* Individuele doelen te stellen gericht op een fysieke activiteit samen met de patiënt en/of zijn familie.
* Motiveren van de patiënt.
Het stellen van individuele doelen is niet eenvoudig en wordt in de praktijk regelmatig achterwege gelaten. En als het gebeurt wordt hierbij zelden de patiënt betrokken. In de FFC benadering is het stellen van een doel samen met de patiënt (en/of zijn familie) een essentieel onderdeel. Dit draagt bij aan een actievere inbreng van de patiënt tijdens de opname en daadwerkelijk patiëntgerichte zorg op maat. Het doel is gebaseerd op de mogelijkheden en de wensen van de patiënt in plaats van op de diagnose of beperkingen.
* Het overkoepelend doel na te streven (zie kader)
* Individuele doelen te stellen gericht op een fysieke activiteit samen met de patiënt en/of zijn familie.
* Motiveren van de patiënt.
Het stellen van individuele doelen is niet eenvoudig en wordt in de praktijk regelmatig achterwege gelaten. En als het gebeurt wordt hierbij zelden de patiënt betrokken. In de FFC benadering is het stellen van een doel samen met de patiënt (en/of zijn familie) een essentieel onderdeel. Dit draagt bij aan een actievere inbreng van de patiënt tijdens de opname en daadwerkelijk patiëntgerichte zorg op maat. Het doel is gebaseerd op de mogelijkheden en de wensen van de patiënt in plaats van op de diagnose of beperkingen.
Bij elke patiënt worden twee soorten doelen gesteld; een lange en een korte termijn doel.
Een lange termijn doel:
Dit doel geeft aan wat voor de patiënt belangrijk is/was in zijn leven. Welke hobby’s heeft hij bijvoorbeeld. Loopt hij dagelijks met zijn hond een blokje om of speelt hij nog dagelijks piano? In het eerste geval is de mobiliteit belangrijk voor de patiënt, terwijl in het tweede voorbeeld met name ook aandacht nodig is voor de arm-handfunctie. Het lijkt misschien niet altijd reëel om deze informatie op te nemen in het doel, denk maar aan de patiënt die een fors infarct heeft doorgemaakt, maar het geeft wel een mogelijke richting aan van de korte termijn doelen die per dag gesteld worden. Door middel van foto’s of andere voorwerpen van thuis kunnen de lange termijn doelen gevisualiseerd worden.
Een korte termijn doel:
Formuleer dagelijks (of per dagdeel) en samen met de patiënt het korte termijn-doel waarvan verwacht wordt dat dit ook haalbaar is. Dit doel is gericht op een fysieke activiteit en wordt bij voorkeur gekoppeld aan een ADL activiteit zoals wassen, aankleden, eten, zitten op de rand van het bed of een stukje lopen. Hoe realistischer en duidelijker het doel is, hoe meer kans dat het lukt. Het zijn in feite de kleine stappen die nodig zijn om het lange termijn doel te kunnen behalen.
Voorbeeld doel van de dag: meneer loopt met zijn rollator en onder begeleiding van de verpleegkundige minimaal 2 keer naar de tafel om daar te eten.
Een lange termijn doel:
Dit doel geeft aan wat voor de patiënt belangrijk is/was in zijn leven. Welke hobby’s heeft hij bijvoorbeeld. Loopt hij dagelijks met zijn hond een blokje om of speelt hij nog dagelijks piano? In het eerste geval is de mobiliteit belangrijk voor de patiënt, terwijl in het tweede voorbeeld met name ook aandacht nodig is voor de arm-handfunctie. Het lijkt misschien niet altijd reëel om deze informatie op te nemen in het doel, denk maar aan de patiënt die een fors infarct heeft doorgemaakt, maar het geeft wel een mogelijke richting aan van de korte termijn doelen die per dag gesteld worden. Door middel van foto’s of andere voorwerpen van thuis kunnen de lange termijn doelen gevisualiseerd worden.
Een korte termijn doel:
Formuleer dagelijks (of per dagdeel) en samen met de patiënt het korte termijn-doel waarvan verwacht wordt dat dit ook haalbaar is. Dit doel is gericht op een fysieke activiteit en wordt bij voorkeur gekoppeld aan een ADL activiteit zoals wassen, aankleden, eten, zitten op de rand van het bed of een stukje lopen. Hoe realistischer en duidelijker het doel is, hoe meer kans dat het lukt. Het zijn in feite de kleine stappen die nodig zijn om het lange termijn doel te kunnen behalen.
Voorbeeld doel van de dag: meneer loopt met zijn rollator en onder begeleiding van de verpleegkundige minimaal 2 keer naar de tafel om daar te eten.
Bij het stellen van doelen zijn de volgende factoren van belang:
- De fysieke mogelijkheden van de patiënt. Wat kon de patiënt nog zelf voor opname en wat kan hij nu. Dit is een onderdeel van de verpleegkundige anamnese, anamnese/onderzoek van andere disciplines, zoals fysiotherapie, en van de dagelijkse observatie al dan niet aan de hand van een meetinstrument.
- De communicatieve mogelijkheden van de patiënt. Bij een patiënt met cognitieproblemen of een spraakstoornissen betrek je de naaste familie bij het inventariseren van de mogelijkheden, leefstijl en formuleren van het doel.
- De voorkeuren, wensen, gewoonten, gebruiken van de patiënt en zijn sociale netwerk. Deze informatie wordt eveneens tijdens de (hetero) anamnese aan de patiënt en/of zijn naaste familie gevraagd, maar kan ook gespreksonderwerp zijn tijdens de dagelijkse zorgmomenten.
-
De energiebalans. Vooral de eerste dagen van de ziekte periode zal de energie van de patiënt verminderd zijn. Verdeel deze verminderde energie over de dag door voldoende rustmomenten in te bouwen. Probeer elke dag om de energie weer op te bouwen. Ziek zijn en het herstel is topsport!
Vermeld de doelen op de daarvoor afgesproken plek en vraag de patiënt om zijn doelen met zijn naaste familie te communiceren zodat zij ook een bijdrage kunnen leveren aan het behalen van het doel.
Tips:
1. Betrek andere disciplines (fysiotherapie, ergotherapie, MGV-er) bij het stellen van het doel op basis van hun observatie en metingen.
2. Doelen mogen ook leuk zijn (fun doel)! Bijvoorbeeld: de patiënt loopt dagelijks met zijn familie naar het restaurant voor een kop koffie of iets dergelijks. Dit kan natuurlijk nog veel creatiever!
Tips:
1. Betrek andere disciplines (fysiotherapie, ergotherapie, MGV-er) bij het stellen van het doel op basis van hun observatie en metingen.
2. Doelen mogen ook leuk zijn (fun doel)! Bijvoorbeeld: de patiënt loopt dagelijks met zijn familie naar het restaurant voor een kop koffie of iets dergelijks. Dit kan natuurlijk nog veel creatiever!
Na het stellen van het korte termijn doel van die dag (of dagdeel afhankelijk van de soms snel wisselende situatie van de patiënt) vertaal je het overall doel en het korte termijn doel naar concrete activiteiten.
Het is belangrijk om bij elke activiteit de afweging te maken welke ondersteuning of zorg de patiënt nodig heeft om tot een zo hoog mogelijk zelfstandig functioneren te komen. Globaal zijn de volgende vormen van ondersteuning te onderscheiden:
Het is belangrijk om bij elke activiteit de afweging te maken welke ondersteuning of zorg de patiënt nodig heeft om tot een zo hoog mogelijk zelfstandig functioneren te komen. Globaal zijn de volgende vormen van ondersteuning te onderscheiden:
- Verbaal begeleiden/stimuleren van de patiënt.
- Stap voor stap een handreiking (cues) geven zoals:
- De activiteit voordoen (beweging van scheren maken)
- Een voorwerp aangeven wat nodig is voor de activiteit (voorbeeld scheerapparaat)
- De eigen hand op de hand van de patiënt plaatsen om de beweging te begeleiden/vergemakkelijken. De patiënt maakt dan samen met de verpleegkundige de beweging.
- De patiënt om medewerking vragen bij het geheel overnemen van de activiteit. Bijvoorbeeld vragen om de arm op te tillen als je deze wilt wassen. Het inzetten van deze beweging, ongeacht of het de patiënt lukt, stimuleert al spieractiviteit. Geef de patiënt altijd de gelegenheid om te reageren!
Evalueer en rapporteer minimaal 2 keer (dagdienst en avonddienst) per dag het doel en hoe de concrete activiteiten zijn gegaan. Wat ging goed en wat kan de volgende keer beter. Stel zo nodig het doel en/of de concrete activiteiten bij. Vermeld bij ontslag de gestelde doelen en bijbehorende activiteiten die nog open staan in de overdracht.
Voorbeelden van concrete FFC activiteiten staan beschreven in het handelingsrepertoire:
Andere tips:
Andere tips:
- Zorg altijd dat de benodigde spullen (toiletartikelen, stoel, kleding, etc) binnen handbereik van de patiënt zijn. Als de patiënt dit zelf kan organiseren is dit natuurlijk nog beter.
- Stimuleer de patiënt om bij alle activiteiten zijn eigen hulpmiddelen (bril, gehoorapparaat, aangepast bestek, rollator) of die van de afdeling (leuningen, vergrootglas) te gebruiken
- Zeg altijd wat je gaat doen en vraag of de patiënt wil helpen.
- Overleg met de andere disciplines en naaste familie of en welke activiteiten zij met de patiënt kunnen verrichten om het doel van de dag te bereiken en leg dit vast in een dagprogramma (bij de patiënt).
- Schakel (getrainde) vrijwilligers in om patiënten te stimuleren tot activiteiten.
- Stimuleer de patiënt overdag om zijn eigen kleding te dragen.
- Lijnen (infuus, CAD) kunnen het bewegen belemmeren. Evalueer dagelijks of de patiënt deze nog nodig heeft.
Open Vraag
Reflectie
Waarom is het belangrijk om doelen samen met de patiënt en zijn familie te formuleren? Hoe kan dit bijdragen aan de autonomie en motivatie van de patiënt tijdens zijn herstelproces?
Reflectie
0 woorden
Je antwoord is tussen 10 en woorden lang
Jouw antwoord:
Open Vraag
Reflectie
Stel je begeleidt een patiënt die weinig motivatie heeft om deel te nemen aan fysieke activiteiten.
Hoe zou je een haalbaar korte termijn doel formuleren dat aansluit bij zijn mogelijkheden en voorkeuren? Welke strategieën kun je inzetten om hem te stimuleren en te betrekken bij het behalen van dit doel?
Reflectie
0 woorden
Je antwoord is tussen 10 en woorden lang
Jouw antwoord: